Bij exposuretherapie oefen je stap voor stap met wat je bang maakt, samen met een therapeut. Zo merk je dat de angst afneemt. Het hoort bij cognitieve gedragstherapie.
Exposuretherapie is een behandeling waarbij je stap voor stap oefent met wat je bang maakt. Je doet dat samen met een therapeut, en je begint klein. Zo merk je dat de angst afneemt als je niet wegloopt. Exposure is een belangrijk onderdeel van cognitieve gedragstherapie (CGT). Volgens de richtlijn voor angst- en dwangstoornissen is CGT de eerste stap bij een angst- of paniekstoornis.
Hoe werkt exposuretherapie?
Exposuretherapie werkt doordat je ervaart dat het meevalt. Wie bang is, gaat situaties vaak uit de weg. Dat geeft even rust, maar de angst blijft. Je leert nooit dat het eigenlijk wel lukt.
Bij exposure zoek je de situatie juist op. Volgens de Vereniging voor Gedragstherapie en Cognitieve Therapie (VGCt) neemt de angst tijdens exposure langzaam maar zeker af. Je gaat dan weer meer durven en doen.
Hoe verloopt een behandeling?
Een behandeling begint met een angstladder. Dat is een lijstje van situaties die je spannend vindt, van een beetje eng tot heel eng. Die maak je samen met je therapeut.
- Je begint bij de situatie die je het minst bang maakt.
- Gaat dat goed, dan zet je een stap hoger op de ladder.
- Vaak oefen je tussen de afspraken door ook thuis.
- Je bepaalt samen met je therapeut het tempo.
Volgens de VGCt duurt een behandeling met CGT meestal 10 tot 20 sessies. De richtlijn raadt aan om na 5 tot 8 sessies te kijken of het helpt.
Welke vormen van exposure zijn er?
In de richtlijn staan drie vormen van exposure. Welke je doet, hangt onder meer af van je klacht.
- In vivo: je oefent in het echt, bijvoorbeeld in een volle winkel of een lift.
- Imaginair: je stelt je de situatie zo levendig mogelijk voor.
- Interoceptief: je oefent met lichamelijke gevoelens die je bang maken, zoals een snelle hartslag.
Bij welke klachten helpt exposuretherapie?
Exposure hoort bij de behandeling van angst- en dwangstoornissen. Denk aan een paniekstoornis, een sociale angststoornis of een specifieke fobie. Bij een specifieke fobie legt de richtlijn binnen CGT extra nadruk op exposure. Lees meer over de beste therapie bij een angststoornis.
Ook bij een dwangstoornis oefen je met exposure. Je zoekt situaties op die dwang oproepen, en je doet steeds minder dwanghandelingen. De richtlijn noemt dat responspreventie.
Is exposuretherapie zwaar?
Exposuretherapie is spannend, dat hoort erbij. Je oefent immers met wat je eng vindt. Maar het gaat geleidelijk, en een therapeut zorgt dat je niet te grote stappen neemt.
Dat is ook het verschil met het advies om angst "gewoon te doorstaan". Lees waarom dat geen goed advies is. Heb je veel last van angst? Begin dan bij je huisarts. Die kan je doorverwijzen naar een psycholoog die CGT geeft.
Wil je oefenen met je angst, met een therapeut erbij?
Veelgestelde vragen over exposuretherapie
Exposuretherapie bij een angststoornis doe je het best met begeleiding. Een therapeut helpt je de angstladder op te bouwen en het tempo te bewaken. Thuis oefen je wel zelf, met opdrachten die je samen afspreekt. Twijfel je of je hulp nodig hebt? Bespreek het met je huisarts.
Een angstladder is een lijst van situaties die je spannend vindt, gerangschikt van minst naar meest eng. Je maakt hem samen met je therapeut. Je begint onderaan en gaat pas een stap hoger als de vorige stap lukt.
Exposure is een onderdeel van cognitieve gedragstherapie (CGT). In CGT werk je ook aan je gedachten over angst. Bij exposure verander je wat je doet. Je gaat de situatie aan en loopt er niet voor weg.
Een behandeling met CGT, waar exposure bij hoort, duurt volgens de VGCt meestal 10 tot 20 sessies. Volgens de richtlijn kijk je na 5 tot 8 sessies samen met je therapeut of het helpt. Hoe lang het bij jou duurt, hangt af van je klacht.
Bronnen
- Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP, initiatief), multidisciplinair geautoriseerd. Richtlijn Angst- en dwangstoornissen, module Psychotherapie algemeen bij angststoornissen. richtlijnendatabase.nl, gepubliceerd 4 september 2024. Geraadpleegd op 5 oktober 2026.
- Vereniging voor Gedragstherapie en Cognitieve Therapie (VGCt). Cognitieve gedragstherapie bij angststoornissen (patiëntenfolder, MRA 0510-1). pdf. Geraadpleegd op 5 oktober 2026.
- Thuisarts (NHG). Ik heb een paniekstoornis. thuisarts.nl. Geraadpleegd op 5 oktober 2026.
- Thuisarts (NHG). Ik heb een dwangstoornis. thuisarts.nl. Geraadpleegd op 5 oktober 2026.